Begin februari 2024 zijn we gestart met het kappen van bomen in het Oosteindsche Veen. Het betrof voornamelijk jonge berken, die moesten worden verwijderd om het veengebied te behouden en verdere verbossing tegen te gaan. In augustus 2024 zijn vervolgens de grondwerkzaamheden opgestart. De laatste werkzaamheden in het project zijn in februari 2026 afgerond.
Binnen het project zijn kades aangelegd om het gebied te vernatten ten behoeve van hoogveenherstel. In het Oosteindsche Veen bevindt zich op veel plaatsen restveen dat boven het omliggende landschap uitsteekt. Door de opbouw van het veenpakket stroomt water horizontaal door het veen. Hierdoor kan het veen uitdrogen, wat ook gevolgen heeft voor de vegetatie die erop groeit. Als gevolg daarvan ontstaat meer pijpenstrootje en bosopslag.
Wanneer zuurstof het veen binnendringt, treedt oxidatie op en verandert de structuur van het veen. Deze veranderingen, in combinatie met een toename van verdamping door een gewijzigde vegetatiesamenstelling, zorgen voor verdere uitdroging. Daarnaast kan uitdroging leiden tot scheurvorming in het veen, waardoor water nog sneller wegstroomt en het proces verder wordt versterkt. Deze processen leiden uiteindelijk tot een achteruitgang van de kwaliteit van flora en fauna in het gebied. De uitgevoerde projectmaatregelen zijn erop gericht deze neerwaartse ontwikkeling te doorbreken en het veensysteem te herstellen.
Inzet elektrische machines
Bij de uitvoering van dit project is sterk ingezet op duurzaamheid en emissiereductie. Fuhler heeft dit project uitgevoerd met de ambitie om zoveel mogelijk emissieloos en emissiearm te werken. Hiervoor zijn onder meer elektrische bouwmachines en accupakketten ingezet die de benodigde energie op de bouwplaats leverden.
Het gebruik van elektrische machines zorgde ervoor dat het geluid van traditionele verbrandingsmotoren grotendeels werd vervangen door het stille werken van elektrische aandrijving en dat de uitstoot van uitlaatgassen sterk werd beperkt. Speciaal voor dit project is geïnvesteerd in duurzame machines, waarmee de ecologische voetafdruk van de uitvoering aanzienlijk is verminderd.
Daarnaast is een doordacht transportplan toegepast om het aantal transportbewegingen en het energieverbruik zoveel mogelijk te beperken. Met deze aanpak is het project uitgevoerd met oog voor zowel het herstel van het hoogveengebied als het verminderen van emissies tijdens de uitvoering.
Het project vormt daarmee niet alleen een belangrijke stap in het herstel van het Oosteindsche Veen, maar laat ook zien hoe binnen de cultuurtechnische sector duurzame uitvoering en natuurherstel hand in hand kunnen gaan.